Een klein groepje Zaankanters komt op 22 november 1922 bijeen om een hockeyvereniging op te richten. Deze welgestelden, industriëlen, houthandelaren en een cargadoor speelden al jaren cricket bij Albion en Zaandam. Een aantal vrouwen van deze mannen vond het niet zo leuk lange zondagen langs het veld te moeten rondhangen. De huiskamerdiscussies mondden uiteindelijk uit in het voornemen een hockeyclub op te richten met voorop Remmert Aten die enthousiast was voor zo ongeveer alle sporten en zijn vrouw Margreet Hoekstra die in Bussum al hockey had gespeeld. 22-11-22. Nog even was er discussie over de naam. Moest het gewoon Zaanse Hockeyclub zijn, of naar de trend van die tijd een club met een vogelnaam, Kraaien bijvoorbeeld? Het werd uiteindelijk ZHC De Kraaien.
Een terrein werd snel gevonden. De heren Honig in Koog aan de Zaan stelden een weiland uit hun bezit beschikbaar voor een huurprijs van 1 gulden (0,45 eurocent) per jaar. Daar moest nog wel wat aan gedaan worden want het veld was slechts zelden bespeelbaar. We citeren uit het eerste jaarverslag: ‘Dat we enthousiast waren, betwijfelt niemand die ons op het oefenveld zag spelen. Als het nat weer was geweest, spatte de modder ons om de ooren. Over genoeg afwisseling hadden ook beslist niet te klagen gehad. Aan het eind van het seizoen, toen het te warm werd om hockey te spelen, zwoegden velen van onze leden om het nieuwe terrein in orde te maken. Als men er niet aan gewend is, valt het werken met schop en kruiwagen niet mee en moesten wij het werk ook verder aan vaklieden overlaten.’
Het terrein bleef een probleem, ook na de verhuizing naar sportpark Wessanen in Wormerveer, waar wel de beschikking was over een tribune, maar nog altijd geen behoorlijke kleedgelegenheid en ook dit terrein was dramatisch slecht. Pas ruim na WO II kwam een ander speelterrein in zicht. In de Zuidwest hoek van de polder Wijdewormer was na een grote storm in februari 1825 een overstroming een doorbraak in de omdijking van de polder ontstaan en daardoor was met het water dat binnendrong een grote hoeveelheid zand neergeslagen.
In hoog tempo ging het Kraaienbestuur aan de slag. Veld en tribune in Wormerveer werd verkocht aan de gemeente en met de opbrengst daarvan de grond in Wijdewormer aangekocht. Dankzij de moeilijke economische omstandigheden van die tijd kon gebruik gemaakt worden van subsidie in natura via de Dienst Aanvullende Cultuurwerken die voor aanleg van vier velden zorgde.
Omdat de velden die De Kraaien ter beschikking had tot de verhuizing naar Wijdewormer in 1960 vaker niet dan wel bespeelbaar waren, zocht het clubleven naar manieren om de onderlinge band te vieren en te versterken buiten wedstrijden en trainingspartijtjes. Al snel ontstond een traditie van feestvieren, compleet met cabaret- en toneelvoorstellingen die al snel vermaard werden tot ver buiten de Kraaiengelederen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het clubleven zoveel mogelijk en zo normaal mogelijk door. De hockeybond bleef competities organiseren waaraan De Kraaien bleven deelnemen en ook de overige clubactiviteiten als jaarvergaderingen en feesten bleef men organiseren. Daarvoor moest wel steeds ruim van tevoren toestemming worden gevraagd aan de bezetter, toestemming die slechts een enkele keer werd geweigerd. Verzet werd er ook gepleegd. Oprichter Rem Aten kwam er goed mee weg en kreeg mede op voorspraak van cabaretier Freek de Jonge in Zaandam een brug naar zich vernoemd. Anderen waren niet zo gelukkig. Door verraad kwamen Evert Honig en Piet de Jong om het leven, maar hun namen leven in de verenigingscultuur nog voort.
Direct na de oorlog ontstond een uitwisseling tussen de Zaanstreek en het Engelse Reading op het gebied van sport en cultuur. De eerste hockeywedstrijd tussen Engelsen Kraaien in 1946 mondde uit in een langdurig vriendschap tussen de hockeyers van Reading en De Kraaien met decennia lang elke twee jaar een meerdaagse ontmoeting afwisselend in Reading en de Wijdewormer.
All Rights Reserved | Z.H.C. De Kraaien | Powered by LISA